LeeuwardenZuidvliet 26 (bekijk kaart)mail@in2media.frl058 737 0161
AmsterdamJohan van Hasseltkade 304 (bekijk kaart)mail@in2media.amsterdam020 261 6480
03 juli 2017

’s Nachts in de Uber, na het stappen, komt de journalist in Sanne naar boven. De vraag ‘Wat is het meest bizarre dat je ooit in je taxi hebt meegemaakt?’ ontketent een wereld aan verhalen. In haar werk probeert ze daarom ook elke dag haar nachtelijk zelfvertrouwen op te roepen.

De Uberkronieken

door Sanne Vlutters
De Uberkronieken

“Ik twijfelde nog of ik hem wel in moest laten stappen,” zegt de emotionele man achter het stuur. “Maar zijn vriendin verzekerde me dat het maar een klein stukje was en smeekte me bijna om hem mee te nemen. Dus dat heb ik toen maar gedaan.” Hoewel ik niet meer helemaal in staat ben om zelf op de weg te letten, maak ik me zorgen over zijn steeds wilder wordende gebaren. Ik doe een poging mijn draaiende ogen strak op de voorruit te richten, in de hoop dat hij niet nog meer oogcontact maakt. “De jongen riep op de snelweg steeds dat hij eruit wilde omdat hij moest overgeven. Vond ik best netjes van hem. Omdat ik niet zomaar kon stoppen, heb ik hem het raampje maar open laten draaien.” Het percentage alcohol in mijn bloed doet me gniffelen om het beeld van een straal kots langs de zijkant van de – nu zo mooi gepoetste – zwarte Mercedes. “Toen kwam het ergste.” Oh man, de chauffeur krijgt tranen in zijn ogen en ik ben een stuk minder scherp dan de hoek van de bar waar ik tegenaan liep op mijn weg naar buiten. “Hij raakte bewusteloos. Dus toen heb ik mijn auto ergens in een bos aan de kant moeten zetten. Stond ik dan, in het licht van mijn koplampen tegen het gezicht van een bewusteloze student aan te meppen. Het duurde niet lang voordat ik de politie op mijn dak had. Een andere bestuurder had gebeld, die vertrouwde niet dat ik daar met hem stond in het holst van de nacht. Ik ben natuurlijk ook nog een Turk hè? Uiteindelijk lieten ze me gaan en bleven zij met die jongen achter. Ik heb geen idee hoe het met hem afgelopen is. Ik neem in elk geval nooit meer zulke dronken mensen mee. Dat heb ik wel geleerd van mijn allereerste rit.”

’s Nachts, na het stappen, is zelfoverschatting my middle name. Zo daagde ik ooit een twee meter lange basketballer van de Gasterra Flames uit voor een sprintwedstrijd door de stad, denk ik in de kroeg dat ik de moves van Beyoncé makkelijk evenaar (sorry collega’s) en haalde ik schrijfopdrachten binnen omdat ik “HEUL goed” kan schrijven. Het enige aspect van mijn nachtelijke zelfvertrouwen dat ik de volgende dag nog waardeer, is dat er in de Uber een ware journalist in mij naar boven komt. Zodra de taxi stopt, beuk ik mijn vrienden aan de kant (dat lukt dan makkelijk) om de bijrijdersstoel te claimen. En zodra ‘ie rijdt, ontkomt de chauffeur niet meer aan mijn vragenvuur. De vraag ‘Wat is het meest bizarre dat je ooit in je taxi hebt meegemaakt?’ ontketent een wereld aan verhalen. Chauffeurs vertellen me over dronken Amsterdamse vrouwtjes van negentig en over verdachte mannen die drieduizend euro neerleggen voor een ritje plankgas naar Berlijn. Maar ze vertellen me meer. Zo verzekerde een jonge Somalische chauffeur me dat ik hem over een paar jaar terugzie op een van de loopnummers van de Olympische spelen, betaalde een ander met zijn ritten zijn studie bedrijfseconomie en vertelde onze favoriete chauffeur me over de vlucht uit zijn geboorteland. Het eten uit dat land moesten we trouwens echt eens proeven. We zaten zoveel bij hem in de taxi, dat het niet lang duurde voordat hij de daad bij het woord voegde: op een dag stond hij voor de deur met drie pannen vol heerlijk eten voor mij en mijn huisgenoten.

“Het enige aspect van mijn nachtelijke zelfvertrouwen dat ik de volgende dag nog waardeer, is dat er in de Uber een ware journalist in mij naar boven komt.”

In mijn werk probeer ik het liefst elke dag mijn nachtelijke zelfvertrouwen te ontketenen (maar dan graag zonder de opschepperij, de dansmoves en de leverschade). Want als een simpel taxiritje al tot een compleet boek kan leiden, is het natuurlijk onzin dat we massaal ongemakkelijk worden van die minuut in de lift met een klant of collega. Juist hun verhalen maken wie je als organisatie bent. Dus hup, laten we die innerlijke nachtvlinder naar boven halen en de secretaresse, directeur en stagiair met vragen bestoken. Als je een manier vindt om die verhalen aan de buitenwereld te vertellen, kun je dat bedachte marketingpraatje meteen bij het grofvuil zetten. Krachtige verhalen gaan immers over mensen, niet over producten en bedrijven. Iets met storytelling noemen ze dat geloof ik. En als het allemaal niet lukt, maak je in het ergste geval alleen wat nieuwe vrienden. Uber delen, anyone? Ik ga voorin.